Commerzbank op de goede weg

In het vierde kwartaal van 2014 boekte de Duitse Commerzbank onverwacht een hogere nettowinst. Commerzbank is de tweede bank van Duitsland met meer dan 53.000 werknemers in dienst. De bank herstelt zich nog steeds van de kredietcrisis. Commerzbank kwam toen voor 25 procent in handen van de Duitse overheid, in ruil voor de benodigde financiële steun. In 2013 wist de bank dit belang terug te brengen naar de huidige 18 procent.

Diverse meevallers

Aan de onverwachte winststijging droeg een verlaging van de voorziening voor slechte leningen in belangrijke mate bij. Deze werd 451 naar 308 miljoen euro gebracht. Ook de kosten van de reorganisatie waar de bank sinds 2012 in zit, vielen lager uit. Verder kon de bank zich verheugen in een belastingteruggave van 67 miljoen euro en zorgde de consumententak voor betere resultaten.

Nog een lange weg te gaan

Na een lichte terugval van het aandeel met 0,3 procent op vorige week donderdag, steeg het aandeel op vrijdag naar een koers van 11,51 euro. Commerzbank is zich ervan bewust dat er nog een lange weg te gaan is. Zo hangt de bank een hoge boete boven het hoofd in de Verenigde Staten, vanwege het doorbreken van handelsembargo reglementen die waren ingesteld tegen landen in het Midden-Oosten. Financieel directeur Stephan Engels gaf aan dat de besprekingen hierover in de Verenigde Staten zijn geïntensiveerd. Hij verwacht dat eind maart een schikking kan worden getroffen.

Hoge operationele kosten

Een ander nadeel dat bij Commerzbank een grote rol speelt, is het uitgebreide kantorennetwerk en relatief groot bedrag aan loonkosten dat het resultaat drukt. Deze operationele kosten legden een beslag op maar liefst 76,2 procent van de inkomsten. De bank werkt er hard aan om dit percentage naar 60 te verlagen. Ook moet het netto rendement op het eigen vermogen omhoog van 7,3 procent nu naar 10 procent in 2016.

Aandeel TomTom veert op

TomTom is Europa’s grootste navigatiemiddelen specialist en ook mondiaal gezienbevindt het bedrijf zich tussen de marktleiders. Vorige week donderdag maakte de koers van het aandeel een flinke sprong. De waarde van het aandeel TomTom kwam hiermee op een koersniveau dat sinds februari 2011 niet meer werd gehaald. Wat veroorzaakte deze koerssprong van maar liefst 18 procent?

Omzetgroei in 2015

Heel belangrijk voor het vertrouwen van beleggers is het vooruitzicht op omzetgroei. TomTom kan dit na een jaar van achteruitgang weer bieden voor 2015. Zakte de omzet in 2014 nog met 1 procent terug naar 950 miljoen euro, voor 2015 voorziet TomTom een omzetgroei naar 1 miljard euro. Voor het eerst sinds 2010 betekent dit weer groei op jaarbasis.

Samenwerking met Volkswagen

Ook de contacten met Volkswagen zijn veelbelovend. TomTom Traffic zal in de toekomst worden ingebouwd in de Volkswagen- en Audimodellen. Ook zullen de digitale kaarten van TomTom door het concern worden gebruikt. Volkswagen is voor TomTom een stevige partner op wereldschaal en een verdere uitbreiding van de samenwerking in de toekomst moet dan ook niet worden uitgesloten.

TomTom sporthorloges

Een belangrijk deel van de verwachte omzetgroei zal TomTom halen uit de toegenomen belangstelling voor haar sporthorloges met GPS-functionaliteit. In 2014 leverde het bedrijf al 500.000 van deze horloges en voor 2015 wordt een verdubbeling van dit aantal verwacht. Van de smartwatches van Samsung en Apple wordt door TomTom weinig concurrentie verwacht. Deze slimme horloges hebben een andere positionering in de markt.

Zelfsturende auto’s

De zelfsturende auto heeft bij TomTom volledig de aandacht. Ook op dit terrein werkt het bedrijf samen met Volkswagen. De kaarten die TomTom hiervoor maakt bevinden zich op dit moment in de testfase en zullen volgens bestuursvoorzitter Harold Goddijn op termijn in productie worden genomen. Door de samenwerking met Volkswagen mikt TomTom op een sterke positie in deze markt.

ABN Amro naar de beurs of niet?

Zal ABN Amro, dat sinds eind 2008 in handen is van de Nederlandse staat, naar de beurs gaan? Momenteel is de regering zich aan het buigen over deze kwestie. Dit meldt minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën. Hij zei dit tegen nieuwszender RTL Z.

Het lot van ABN Amro ligt dus in handen van het kabinet. Dat zal oordelen of een beursgang wel of geen hout snijdt op basis van 3 factoren. Ten eerste is het de vraag of de ABN Amro zelf eraan toe is om de beurs te betreden. Daarnaast moet worden geïnventariseerd in hoeverre er vraag is naar aandelen van de bankt. Tot slot moet de financiële sector als geheel voldoende sterk zijn. Als gekeken wordt naar de afgelopen tijd, kan een vooruitgang genoteerd worden in alle 3 deze sectoren, vindt Dijsselbloem.

Toen de economische crisis in 2008 een stevige greep had op ons land, besloot de staat ABN Amro te nationaliseren. Hiermee was een bedrag van maar liefst 16,9 miljard euro gemoeid. Vervolgens werd nog eens bijna 5 miljard gepompt in de bank. In totaal zou de kapitaalinjectie van de staat 21,7 miljard euro bedragen, maar andere berekeningen gaan uit van een bedrag van zo’n 28 miljard euro. Hier worden de kosten bij opgeteld die zijn gemaakt voor verzekeraar ASR, eveneens staatsbedrijf. Laatstgenoemde heeft overigens interesse getoond in Vivat, het voormalige Reaal, en neemt het daarmee onder andere op tegen het Chinese verzekeringsconcern Anbang.

Inmiddels is een lijst van zo’n 26 zakenbanken gemaakt die de beursgang van ABN Amro zouden moeten gaan begeleiden. Daarop staan 3 Nederlandse namen: Rabobank, ING en ABN Amro zelf. Ook prijken grote namen uit Duitsland en Amerika op de lijst. Deze lijst is opgesteld door NLFI, dat de aandelen van de ABN Amro namens de staat beheert. Ook adviseert dit orgaan over hoe de genationaliseerde SNS Bank en het eerdergenoemde ASR weer los kunnen worden gelaten.

Lees meer over binaire opties banken.

FNV ziet noodzaak ontslagen Blokker niet

Blokker kondigde begin deze week een ontslagronde aan. 440 medewerkers van het huishoudmerk zouden binnenkort hun baan kwijt zijn. Dat komt neer op 6 procent van de in totaal 7200 medewerkers. Een noodzakelijke stap voor de zwoegende winkelketen? De FNV ziet het niet. Zo luidt althans de balans die voorzitter Twan van Lieshout opmaakt na de gesprekken die dinsdag door de vakbonden met de directie van Blokker zijn gevoerd.

De directie van Blokker heeft de bonden uitgebreid geïnformeerd, tot (deels) genoegen van deze bonden. Toch kan Van Lieshout nog niet stellen overtuigd te zijn door de directie. Laatstgenoemde heeft beloofd met meer informatie te komen als verdere argumentatie voor de ontslagen die gaan vallen.

Uiteraard strijden de bonden voor een fatsoenlijke regeling waar de gevallen werknemers gebruik van kunnen gaan maken. Een sociaal plan moet de ontslagen Blokker-employees opvangen en helpen om zo snel mogelijk weer bij een ander bedrijf terug in het zadel te klimmen. Blokker heeft hiervoor al de eerste ideeën op tafel gelegd. Hoewel voorzitter Van Lieshout er in eerste instantie positief op reageert (met een slag om de arm), benadrukt hij dat de weg naar een akkoord nog een lange zal zijn.

Heet hangijzer voor het akkoord is nog steeds de verdere flexibilisering van werktijden. Van Lieshout spreekt de angst uit dat deze contracten te klein worden voor werknemers om nog redelijk van te kunnen leven, en benadrukt er alles aan te zullen doen om dat tegen te gaan. Blokker heeft daarover gezegd in ieder geval een minimum te zullen vaststellen.

Blokker heeft sterk te lijden onder de toegenomen concurrentiedruk in de retailsector en de impact van de financiële crisis. Vooral de opkomst van discounter Action heeft de huishoudketen hard geraakt. Action heeft in Nederland, België en Frankrijk zo’n 500 winkels.

Volgende week woensdag komt er een vervolg op dit verhaal. Dan praten de bonden opnieuw met de directie van Blokker.

Door de acties komen verschillende gezinnen in de problemen. Ontslag betekent minder inkomen, en minder inkomen betekent dat er bezuinigd moet worden op het huishoudbudget. Of er wordt extra geld geleend om deze periode tussen 2 banen te overbruggen, bijvoorbeeld door het afsluiten van een minilening.

Stijgende lijn in de autoverkopen

De verkoop van auto’s is vaak een indicator voor de stand van de economie. Verschillende merken zien op dit moment aantrekkende verkopen in Europa.

Gunstige prestaties in Europa en Brazilië

Hoewel het consumentenvertrouwen in Europa nog steeds erg broos is, komen er van Renault gunstige cijfers. Het Franse merk heeft Europa als sterkste markt en heeft daarnaast een goede positie in de Zuid-Amerikaanse landen Brazilië en Argentinië en ook in Rusland. In Europa wist Renault het afgelopen jaar de verkopen op te krikken. Het bedrijf wist bovendien in Brazilië de verkopen in stand te houden, ondanks de daar heersende recessie. De verkopen vielen fors terug in Argentinië en Rusland. Het gevolg van deze verschuivingen is een toename van het aandeel van de Europese verkopen in de omzet van Renault. Dit aandeel steeg 4 procent ten opzichte van 2013 en komt daarmee uit op 54 procent van de totale omzet.

Ook Nissan presteert goed

Renault vormt samen met het Japanse Nissan een samenwerkingsverband. Ook bij Nissan stegen het afgelopen jaar de verkopen. De toename bedroeg 4 procent en komt in cijfers over 2014 uit op 5,31 miljoen verkochte voertuigen.
Nissan heeft samen met Renault een belang in het Russische AvtoVaz dat het merk Lada verkoopt. Van dit merk werden er in 2014 door AvtoVaz 439.000 verkocht. Worden de cijfers van Renault, Nissan en AvtoVaz bij elkaar opgeteld, dan was deze combinatie in 2014 goed voor 8,46 miljoen verkochte auto’s.

Problemen nu vooral in Azië

Ook voor Nissan bleek Europa aanjager van de verkopen te zijn. Hier steeg de verkoop met 13 procent. Nissan groeide ook in de Verenigde Staten en Mexico met ongeveer 11 procent. De verkopen op thuismarkt Japan en in China liepen terug. Vooral de laatste maand van 2014 liet hoge terugvalcijfers voor deze regio zien van respectievelijk 16 en 9 procent.

Geld verdienen aan de aandelenkoersen van autofabrikanten? Kijk eens naar binaire opties. Deze kun je verhandelen op (onder andere) aandelen van autofabrikanten. Dit doe je via een binaire opties makelaar.

Supermarktketen Tesco klimt uit het dal

De grootste Britse supermarktketen Tesco bevindt zich al een tijdje in zwaar weer. Het bedrijf is nu begonnen met een structurele aanpak van de problemen en schept daarmee de condities om weer uit het dal te klimmen.

Winstwaarschuwingen en boekhoudschandaal

Tesco voelde zich in 2014 gedwongen om maar liefst vier maal een winstwaarschuwing te geven. Daarnaast moest het toegeven dat er een boekhoudschandaal ter grote van 263 miljoen pond binnen de onderneming had plaatsgevonden. Het bedrijf is wereldwijd actief in twaalf landen, bezit daar circa 5.000 winkels en heeft ongeveer 500.000 mensen in dienst. Het aandeel Tesco daalde op de Londense beurs in 2014 ruim 40 procent in waarde. Over 2014 zal Tesco geen dividend uitkeren.

Forse ingrepen gepland

Eind vorig jaar heeft de van Unilever afkomstige Dave Lewis het bestuur van Tesco op zich genomen. Onder zijn leiding is het bedrijf in januari gestart met een ‘grote schoonmaak’. Om te beginnen worden er 43 winkels gesloten en 49 geplande nieuwe winkels afgeblazen. Bovendien wordt één van de twee hoofdkantoren gesloten, om zo de kosten te drukken. Natuurlijk loopt nog niet direct alles op rolletjes. Zo beschuldigden de twee voorgaande topmannen elkaar op de Britse televisie openlijk van falend leiderschap en lanceerde Tesco een boodschappen app voor Google Glass in dezelfde week dat Google aankondigde om de huidige bril van de markt te halen.

Herstel van de relatie met leveranciers

Belangrijk onderdeel van het herstelplan is ook om de relatie met de toeleveranciers aan te passen. Het strenge en complexe systeem van contracten waarin kortingen en boetes een belangrijke rol spelen, moet vervangen worden door een vertrouwenwekkend online-systeem. Binnen dit systeem kunnen leveranciers met leden van de winkelketen communiceren, wat een verbetering van de samenwerking tot gevolg moet hebben.
De geplande ingrepen vallen goed bij beleggers, want het aandeel Tesco vertoont over de afgelopen maand weer een stijgende lijn.

Kritisch beleggen door APG

De Nederlandse pensioenbeheerder APG is op allerlei terreinen actief. Zowel in Nederland, Europa als ver daarbuiten zijn de progressieve beleidsoverwegingen van dit actieve pensioenbeheerfonds duidelijk in de praktijk terug te vinden.

Waterkrachtcentrales

Zo maakte AGP medio 2014 haar geplande samenwerking met het Duitse Aquila Capital bekend. Samen met deze investeerder in alternatief getinte beleggingen, gaat AGP een half miljard euro investeren in Europese waterkrachtcentrales. Deze beleidskeuze van AGP past volledig in het streven naar het zo duurzaam mogelijk investeren van Nederlands pensioenkapitaal. In de eerste plaats zal in Scandinavië worden geïnvesteerd. Het opwekken van energie via waterkracht is hier al stevig verankerd. Op termijn wordt gestreefd naar de bouw van waterkrachtcentrales in Turkije. Dit land heeft een enorme potentie op het gebied van duurzame energie uit waterkracht.

Strenge beleggingscriteria

In Azië en de Verenigde Staten voert APG een streng beleid met het Nederlandse pensioengeld. Zo werd het Japanse bedrijf Tepco door het fonds afgestraft na de rampzalige gebeurtenissen in haar kerncentrales bij de aardbevingen in Japan. Ook het Amerikaanse Wall Mart werd uitgesloten als beleggingsdoel, vanwege de slechte arbeidsvoorwaarden van het bedrijf. APG doet veel moeite om bedrijven te bewegen hun bedrijfsvoering te verbeteren. Er wordt dagelijks intensief met hen overlegd over gewenste verbeteringen en deze gesprekken gaan soms jarenlang door.

Minder bedrijfsongevallen

Zo tracht APG de bedrijfscultuur in risicovolle bedrijven in Azië te verbeteren. Om te komen tot minder dodelijke slachtoffers in die bedrijven is het streven naar transparantie hier een speerpunt. Dit vergt moeizame stappen want het belang van openheid wordt door veel bedrijven niet begrepen. Via informatieverstrekking probeert APG de ondernemers te leren dat verbeteringen kunnen worden geboekt als ongevallen niet geheim worden gehouden. Ook druk via de media wordt hierbij niet geschuwd.

ZZP-pensioen

Nieuw is ook dat Nederlandse zelfstandigen vrijwillig een pensioen kunnen opbouwen bij APG. Dit ZZP-pensioen werd met ingang van 2015 wettelijk mogelijk en APG is hier direct ingestapt. De kosten voor administratie en vermogensbeheer zijn voor de deelnemende ZZP’ers opvallend laag gehouden.

 

Uitstekende prestaties van Nike

Het gaat goed met de Amerikaanse producent van sportschoenen en sportkleding, Nike. Midden december 2014 liet het tweede kwartaal van Nike’s gebroken boekjaar een flinke winstgroei zien.

Forse winst- en omzetstijging

De winst van 655 miljoen dollar oversteeg de prognoses van analisten. De winst lag 23 procent hoger dan die in het jaar ervoor. De omzet bedroeg 7,4 miljard dollar, een stijging van maar liefst 15 procent.
Afgezien van de golfsport lopen alle takken van sport bij Nike goed. Tot april 2015 is de orderportefeuille maar liefst 7 procent meer gevuld dan in het jaar ervoor. De slotkoers van het aandeel op de beurs van New York bedroeg op vrijdag 16 januari 2015 92,99 dollar. Een flink stuk hoger dan de waarde die het aandeel begin 2014 had.

Chinese groeimarkt

Ook Nike beweegt zich intensief op de groeiende Chinese markt. Speciaal voor deze markt ontwikkelde het een verbeterde versie van de Air Force 1. Deze Air Force 1 ‘Nai Ke’ zal alleen op de Chinese markt worden uitgebracht en is bestemd voor de steeds rijker wordende Chinese middenklasse. De schoen met versmald voetbed is gemaakt van luxer materiaal en heeft op de achterzijde in Chinese karakters de naam Nai Ke staan.

Back to the Future

Nike staat dit jaar ook om andere reden extra in de aandacht. Het is dertig jaar geleden dat de legendarische film ‘Back to the Future’ uitkwam. De hoofdrolspeler Marty McFly (Michael J. Fox) reisde in deze film naar 21 oktober 2015. De film wordt gekenmerkt door coole gadgets die in 1985 nog niet bestonden maar voor dit jaar toen wel werden verwacht. Een van die gadgets was de Nike schoen met zelfstrikkende veters die de hoofdrolspeler droeg. Al jaren wordt Nike gevraagd om echt zo’n schoen op de markt te brengen. Het bedrijf heeft nu beloofd om de schoen in 2015 inderdaad te introduceren. Op deze schoen met Automatic Lacing System heeft Nike inmiddels ook patent aangevraagd.

Aanhoudende zorgen rond de Chinese economie

De zorgen rond de economische groei in China blijven aanhouden. Verschillende cijfers vallen slecht uit en de Chinese overheid denkt aan stimuleringsmaatregelen.

Groeicijfer automarkt valt terug

De Chinese automarkt is voor veel autoproducenten uiterst interessant. Door de groeivertraging die op dit ogenblik in China optreedt, worden ook de autoverkopen getroffen. Groeide de Chinese automarkt in 2013 nog met 17 procent, in 2014 was het groeicijfer gekrompen naar 10 procent. Zowel de afname van consumentenbestedingen zijn hier de oorzaak van, alsook de milieuproblemen die China als snelgroeiende industriële natie ondervindt. Laatstgenoemde factor zorgt ervoor dat steeds meer Chinese steden de ongeremde groei van hun autopark blokkeren. Zij werken voor het toelaten van nieuwe auto’s met jaarlijkse quota, waardoor de afzet naar die steden enigszins stagneert.

Te lage inflatie

Ook de producentenprijzen in China blijven dalen. In december daalden zij zelfs met 3,3 procent op jaarbasis. China laat een inflatieontwikkeling zien die niet erg verheugend is. Over heel 2014 gemeten kwam de inflatie neer op slechts 2 procent. Dit is het laagste inflatieniveau in de afgelopen vijf jaar. De inflatiedoelstelling van de Chinese overheid lag over 2014 op een percentage van 3,5 procent. Voor de Chinese huishoudens is de dalende inflatie overigens goed nieuws. In combinatie met de nog steeds gezonde loonontwikkeling, zorgt deze ervoor dat de huishoudens een hoger besteedbaar inkomen overhouden.

Chinese overheid gaat actief stimuleren

De Chinese overheid vindt het intussen tijd worden om de economie actief te gaan stimuleren. Driehonderd infrastructurele projecten met een gezamenlijke waarde van 942 miljard euro, zullen komend jaar versneld gaan worden uitgevoerd. De projecten zullen gefinancierd worden met geld van overheden, van staatsbedrijven en uit de private sector. Het zal gaan om de aanleg van olie- en gaspijpleidingen, projecten in de gezondheidszorg, projecten op het terrein van schone energie, transport en mijnbouw.

Effecten van de almaar dalende olieprijs

Nu de prijs voor olie zo’n steile daling kent, kan het niet anders of allerlei sectoren ondervinden hiervan effecten. Sommige zijn positief, andere negatief.

Shake-out binnen de Amerikaanse schalie-industrie?

Sinds 2001 is de Amerikaanse overheid druk doende de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten op oliegebied vorm te geven. De revolutionaire toename van schalie-olie opbrengsten, heeft ervoor gezorgd dat de Verenigde Staten nu ruim 3 miljoen olievaten minder hoeven te importeren dan in het topjaar 2005. Nu de prijzen voor olie zo dalen, is het de vraag of er binnen de groep bedrijven die zich met schalie-olie bezighoudt een shake-out zal optreden.
Negatief zijn bijvoorbeeld de effecten voor het Texaanse plaatsje Sweetwater. Dit stadje ligt boven de Cline Shale, een gebied dat beschouwd wordt als één van de grootste schaliegebieden van de Verenigde Staten. De afgelopen periode werd in dit stadje vol verwachting in infrastructuur en samenleving geïnvesteerd, maar nu trekken alle investeerders in de schaliesector zich terug. Stagnatie in dit stadje is het pijnlijke gevolg.

Ook Nederlandse offshore industrie heeft het zwaar

Ook de traditioneel grote offshore sector van Nederland verwacht door de prijsdaling van olie stevig geraakt te worden. De vierhonderd bedrijven die geld verdienen aan alles wat met oliewinning samenhangt, bieden werk aan zo’n dertigduizend personen. Investeringen van oliebedrijven zullen wereldwijd naar verwachting zo’n twintig tot veertig procent dalen. Veel bedrijven zullen daarom moeten reorganiseren, waardoor er veel ontslagen zullen vallen.

Goed voor de economische groei

Gelukkig zorgt de laagste prijs voor een vat olie in zes jaar niet alleen maar voor kommer en kwel. Voor veel bedrijven dalen de energiekosten, waardoor een flinke reductie plaatsvindt in de productiekosten. Uit een berekening van het IMF valt op te maken dat het omlaag gaan van de olieprijs met dertig procent, leidt tot één procent economische groei in de meest ontwikkelde landen.